Elsevier – Procesfinanciering in opmars


 

Een derde partij die een rechtszaak financiert in ruil voor een resultaatsafhankelijke belonging is in Nederland een tamelijk onbekend fenomeen. Nieuwkomer Redbreast wil daar verandering in brengen.  

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in Elsevier 22 oktober 2016.

Onzekerheid

Veel bedrijven zitten bij zakelijke meningsverschillen niet te wachten op jarenlange gerechtelijke procedures. Er zijn meestal tonnen of zelfs miljoenen euro’s mee gemoeid en de uitkomst is onzeker. ‘Komt het toch tot een rechtsgang, dan procederen partijen soms langer door dan rationeel verantwoord is,’ zegt Rein Philips (36), managing director en medeoprichter van procesfinancier Redbreast. Philips beschouwt een procedure als een investeringspropositie. ‘Daarbij hoort inzicht in de kosten.’

Groeimarkt

Bij procesfinanciering – third party litigation funding – neemt de procesfinancier alle kosten en in sommige gevallen het beheer van een juridische procedure over in ruil voor een aandeel in de opbrengst. Redbreast, eind vorig jaar opgericht aan de Amsterdamse Zuidas, wil een hoog segment in de procesfinancieringsmarkt bedienen. Het gaat dan om rechtszaken waarbij meer dan 5 miljoen euro op het spel staat. Aan het kantoor zijn bekende namen uit de advocatuur verbonden, zoals Sijmen de Ranitz (RESOR, IMF en De Brauw) en Ilan Spinath (partner Spinath & Wakkie). In de investeringscommissie zitten Toon Huydecoper (oud-partner De Brauw en voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad), professor Bas Kortmann (hoogleraar burgerlijk recht en voormalig rectormagnificus van de Radboud Universiteit Nijmegen) en Jan Peeters (arbiter en oud-rechter van de Rechtbank Amsterdam). In het Verenigd Koninkrijk groeit de procesfinancieringsmarkt sterk. Ging er in 2009 zo’n 200 miljoen euro in om, in 2015 was de markt ongeveer 1,75 miljard euro groot. Hoewel de grootste spelers uit de reguliere Nederlandse advocatenmarkt goed waren voor een omzet van 1,37 miljard euro in 2014, is het aantal procesfinanciers in ons land op één hand te tellen.

De beslissing om te gaan procederen is voor bedrijven een lastige, weet voormalig advocaat Philips. ‘Het is tenslotte een bedrijfsvreemde activiteit. Maar soms is het noodzakelijk. In dat geval kunnen wij als procesfinancier het kostenrisico en de procedure zelf overnemen. Wij denken mee over de beste strategie en zoeken specialisten voor de zaak in binnen- en buitenland.’ De aanvragen die Philips beoordeelt variëren van patentinbreuken, overnamegeschillen en het onrechtmatig handelen van een bestuurder tot het niet-nakomen van internationale afspraken door een buitenlandse overheid.’

Redbreast opereert als een informeel fonds waarin enkele grote Nederlandse ondernemers durfkapitaal hebben gestoken. Philips: ‘Aan ieder investeringsbesluit gaat een grondige analyse door ons vooraf. Op dit moment hebben we ons voor ruim 1 miljoen euro gecommiteerd aan twee rechtszaken en ik verwacht dat het uitstaande kapitaal snel naar 10 miljoen euro zal groeien. Per zaak gaan we uit van 30% van de opbrengst. En daarbij calculeren we in dat gemiddeld één op de drie rechtszaken verloren gaat.’

‘No cure, no pay’

Het principe van no cure, no pay is in Nederland verboden, omdat met een dergelijke prestatiebeloning het onafhankelijkheidsbeginsel in het gedrang komt. Opereert Redbreast niet volgens hetzelfde concept? Zodra een rechtszaak verloren gaat, krijgt de financier niets uitgekeerd. ‘Ja’ zegt Philips, ‘maar wij zijn geen advocatenkantoor. De advocaten in de zaken die wij financieren worden uurtje-factuurtje betaald. Wij denken graag mee over de strategie, maar pleiten niet in de rechtszaal. De gedragsregels voor de advocatuur zijn niet op procesfinanciers van toepassing.’

Philips zou het overigens een goede zaak vinden als advocaten in Nederland op no cure no pay-basis mochten werken, al zou dat voor Redbreast concurrentie betekenen. ‘Het is een gezonde ontwikkeling als de persoon die adviseert om te procederen ook een deel van het risico draagt. En daarvoor een marktconforme premie rekent, ook als dat een percentage van de opbrengst is. Laat de mensen kiezen, uurtje-factuurtje verdwijnt heus niet. Ik ken de tegenargumenten maar Nederland is Amerika niet. Laat eerst de markt vrij en stuur daarna bij waar nodig, in plaats van andersom.’

Share this publication